Resolutie van 3 april 2015

Naar aanleiding van 25 jaar abortuswet in België

Vanuit de abortushulpverlening streven we naar een samenleving waar abortus niet langer een taboe is, noch beladen is met stigma.

Abortus op verzoek van de vrouw is in België sinds 3 april 1990 wettelijk geregeld tot 12 weken gestatie. Bovendien wordt abortushulpverlening sinds 2002 vergoed door het ziekenfonds.

Opdat elke vrouw in België recht zou hebben op een toegankelijke, veilige en betaalbare abortus, vragen wij om:

  1. Abortus uit het strafrecht te halen,
    zodat vrouwen en hulpverleners niet meer strafrechtelijk vervolgd kunnen worden.
  2. Zwangerschapsafbrekingen op verzoek van de vrouw ook na 12 weken gestatie mogelijk te maken,
    zodat vrouwen met een dergelijke hulpvraag ook in België kunnen worden behandeld.
  3. Neutrale informatie te verstrekken via de informatiekanalen van de overheid,
    zodat correcte informatie over ongewilde zwangerschap en abortushulpverlening voor iedereen beschikbaar is.
  4. De thema’s ongewilde zwangerschap en abortus onderdeel te maken van het leerplan van medische, paramedische en psychosociale opleidingen,
    zodat elke ongewild zwangere vrouw professioneel en onbevooroordeeld wordt bejegend.
  5. De nationale evaluatiecommissie om te vormen tot een onafhankelijke, wetenschappelijke commissie,
    zodat wetenschappelijk onderbouwde data beschikbaar zijn.

Toelichting

Abortus op verzoek van de vrouw is in België sinds 3 april 1990 wettelijk geregeld tot 12 weken gestatie. Bovendien wordt abortushulpverlening sinds 2002 vergoed door het ziekenfonds.

Sinds de ‘Wet betreffende de zwangerschapsafbreking, tot wijziging van de artikelen 348, 350, 351 en 352 van het Strafwetboek en tot opheffing van artikel 353 van hetzelfde Wetboek’ van 3 april 1990 is abortus in België gedeeltelijk gedepenaliseerd tot 12 weken gestatie (of 14 weken amenorroe) (1).

Acht op tien zwangerschapsafbrekingen in België vinden plaats in ambulante abortuscentra; in het Nederlandstalige landsgedeelte is dit 93%, in het Franstalig 73% (2).

1. Abortus uit het strafrecht te halen.

Abortus werd in 1990 gedeeltelijk gedepenaliseerd. Dit wil zeggen dat wanneer aan specifieke voorwaarden wordt voldaan zwangerschapsafbreking geen misdrijf is (3). In feite zijn deze onder te verdelen in twee categorieën; er is het niveau van de instelling en het niveau van de relatie tussen patiënt en arts. Een voorbeeld van het eerste is “de zwangerschapsafbreking moet onder medisch verantwoorde omstandigheden door een geneesheer worden verricht in een instelling voor gezondheidszorg waaraan een voorlichtingsdienst is verbonden …” (4). Het tweede wordt geïllustreerd door de zinsnede “de vaste wil en de noodsituatie van de zwangere vrouw” alsook door de minimum zes dagen tussen de eerste consultatie en de zwangerschapsafbreking (5).

In feite zijn de voorwaarden in de Wet van 3 april 1990 richtlijnen en procedures voor de hulpverlening en de eventuele medische behandeling van ongewild zwangere vrouwen. Deze horen niet thuis in de strafwet.

2. Zwangerschapsafbrekingen op verzoek van de vrouw ook na 12 weken gestatie mogelijk te maken

Verder voorziet de wet van 3 april 1990 dat een abortus boven 12 weken gestatie mogelijk is als “het voltooien van de zwangerschap een ernstig gevaar inhoudt voor de gezondheid van de vrouw of indien vaststaat dat het kind dat geboren zal worden, zal lijden aan een uiterst zware kwaal die als ongeneeslijk wordt erkend op het moment van de diagnose” (6).

Het ontbreken van een psychosociale indicatie bij een vraag voor een zwangerschapsafbreking boven de 12 weken gestatie in België resulteert in het feit dat jaarlijks ongeveer 500 Belgische vrouwen een abortus hebben in Nederland (tot 20 weken gestatie) of het Verenigd Koninkrijk (tot 22 weken gestatie).

3. Neutrale informatie te verstrekken via de informatiekanalen van de overheid.

Desinformatie door organisaties die het recht op abortus aanvechten is een probleem. Correcte informatie over abortushulpverlening via de informatiekanalen van de overheid maakt het eenvoudiger om tendentieuze informatie te herkennen en verlaagt daarenboven de drempel tot de hulpverlening.

4. De thema’s ongewilde zwangerschap en abortus onderdeel maken van het leerplan van medische, paramedische en psychosociale opleidingen.

Het is essentieel dat ongewild zwangere cliënten/patiënten op een respectvolle, onbevooroordeelde en professionele manier worden bejegend door hulpverleners.

Voldoende aandacht voor ongewilde zwangerschap en abortus binnen relevante opleidingen kan dit stimuleren.

5. De nationale evaluatiecommissie om te vormen tot een onafhankelijke wetenschappelijke commissie.

De samenstelling van de nationale evaluatiecommissie en de inhoud van het registratiedocument zijn vastgelegd in de wet van 13 augustus 1990 (7).

Een hervorming van de nationale evaluatiecommissie tot een onafhankelijke wetenschappelijke commissie biedt meer mogelijkheden voor het verzamelen van wetenschappelijk onderbouwde data. Wetenschappelijk onderzoek kan bijdragen tot de verbetering van de kwaliteit van de hulpverlening bij ongewilde zwangerschap en abortus.


(1) B.S. 5 april 1990
(2) Rapport 2012 van de Nationale Evaluatiecommissie
(3) Art. 2 lid 2 Wet 3 april 1990
(4) Art. 2 lid 2, 1°b) Wet 3 april 1990
(5) Art. 2 lid 2, 2° c) en 3° Wet 3 april 1990
(6) Art. 2 lid 2, 4° Wet 3 april 1990
(7) Wet van 13 augustus 1990 houdende oprichting van een commissie voor de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking, tot wijziging van de artikelen 348, 350, 351 en 352 van het Strafwetboek en tot opheffing van artikel 353 van hetzelfde Wetboek, B.S. 20 oktober 1990