De medicamenteuze behandeling

Een medicamenteuze behandeling (ook wel de abortuspilmethode genoemd) is een abortus op basis van medicatie die een miskraam uitlokt. Deze behandeling is enkel mogelijk als je minder dan 7 weken zwanger bent, of 9 weken te tellen vanaf de eerste dag van je laatste menstruatie. Voor de medicamenteuze behandeling moet je, verspreid over 2 of 3 dagen, meerdere tabletten innemen. Hierdoor wordt de zwangerschap afgestoten en krijg je een vroege miskraam. Een medicamenteuze behandeling verloopt in twee fasen.

Fase 1

In de eerste fase neem je een tablet Mifepristone in, een medicijn dat ervoor zorgt dat de zwangerschap beëindigt. Het doet de baarmoederhals verweken en verwijden en stimuleert het samentrekken van de baarmoeder. Voor de inname van de Mifepristone kom je naar het abortuscentrum. Je hebt eerst een gesprek met een psychosociale hulpverlener, waarna je de pil inneemt. Reken erop dat je hiervoor ongeveer een uur in het centrum bent.

Meestal merk je niets van deze eerste tablet. Slechts één op vijf vrouwen heeft de dag na fase 1 al bloedverlies. Dat kan variëren van een klein beetje, tot fiks bloedverlies met klonters. Ook als je denkt dat het vruchtzakje al is uitgestoten, is het belangrijk om de behandeling helemaal te voltooien. Ben je misselijk door je zwangerschap en moet je overgeven binnen een uur nadat je de tablet heb ingenomen? Neem dan contact met het centrum.

Fase 2

Voor fase 2 van de behandeling gebruik je 24 tot 48 uur na de inname van de Mifepristone de tabletten prostaglandine. Die zorgen ervoor dat de baarmoeder samentrekt en veroorzaken zo het afstoten van de zwangerschap. Je brengt de tabletten zelf vaginaal in. Meestal wordt het vruchtzakje na 4 tot 6 uur uitgestoten. Dit gaat vaak gepaard met bloedverlies. Ook verlies je vaak stolsels, dikke stukjes bloed. Daarnaast kun je buikkrampen hebben en misselijk zijn. Soms wordt het vruchtzakje eerder of later uitgestoten. Dat is bij iedereen anders. Het vruchtzakje ziet eruit als een klein, wittig wattenbolletje met vlokjes.

In de loop van de dag wordt het heftige bloedverlies en de pijn minder. Gebeurt dit niet en blijf je urenlang heel ernstig bloeden? Neem dan contact op met het abortuscentrum of met je de spoedafdeling van het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Neem de verwijsbrief die je na de behandeling in het centrum kreeg mee.

Ook nadat je de pillen hebt genomen, blijf je nog een tijdlang bloed verliezen. Het bloed kan stolsels bevatten. Soms duurt dit een week, maar het kan ook tot de volgende menstruatie duren. Je wordt na 4 tot 6 weken voor het eerst weer ongesteld.

Na de behandeling kan je meteen weer zwanger worden. Begin daarom direct met anticonceptie. Wil je een spiraaltje laten plaatsen? Dan kan dat tijdens of na je eerste menstruatie. Je kan hiervoor terecht bij je huisarts of gynaecoloog. Als je dit wilt laten plaatsen in het LUNA centrum, maak je hiervoor een nieuwe afspraak.