26.10.2026

Nieuw bevolkingsonderzoek toont wat Belgen weten en vinden van abortus

LUNA vzw liet recent een representatief bevolkingsonderzoek over 'Wat Belgen weten en vinden van abortus' uitvoeren door het onafhankelijk onderzoeksbureau Indiville. Indiville peilde bij 2.500 Belgen naar hun kennis, attitude en mening met betrekking tot het thema.

90% van de Belgen vindt dat de zwangere persoon zelf moet kunnen beslissen over een ongewenste zwangerschap. 54% wil een verlenging van de huidige wettelijke termijn van 12 weken, waarvan een meerderheid pleit voor 18 weken of meer. 87% vindt dat abortus openlijk bespreekbaar moet zijn en 76% vindt dat de abortuswet eerder gebaseerd moet zijn op aanbevelingen van wetenschappelijke experten dan op politieke overtuigingen. Dat blijkt uit een onafhankelijk bevolkingsonderzoek van Indiville bij 2.523 Belgen, in opdracht van LUNA abortuscentra vzw.

“Dit onderzoek meet niet alleen meningen voor of tegen abortus, maar ook de kennis en de afwegingen die erachter zitten: wat Belgen van 18 tot 79 jaar weten over de regels en hoe ze oordelen over concrete situaties. Dat beeld is genuanceerder dan een indeling in voor- en tegenstanders,” zegt An Katrien Sodermans, onderzoeker Indiville.

Breed draagvlak voor abortus
Op een schaal van 0 tot 10 scoort de aanvaardbaarheid van abortus hoog, met een gemiddelde van 7,6: zeven op de tien geven een score van 7 of hoger. 41% geeft zelfs een 9 of 10, slechts 6% een score van 0 tot 3. Wie een hoge score geeft, verwijst vooral naar zelfbeschikking: de overtuiging dat de zwangere persoon zelf over haar lichaam en toekomst moet beslissen. Daarnaast vindt 87% dat abortus openlijk bespreekbaar moet zijn en vindt 83% dat wie een abortus had, zich daar niet voor hoeft te schamen.

Op de vraag wie over een ongewenste zwangerschap moet beslissen, wijst 90% de zwangere persoon zelf aan, met eventueel de behandelende arts (23%) en de partner (21%) als bijkomende beslissers.

Meerderheid wil meer ruimte dan vandaag
De huidige wet laat abortus toe tot 12 weken na de bevruchting, met een uitzondering voor medische redenen. Het onderzoek toont dat 54% van de bevolking minstens meer ruimte wil dan vandaag: 38% kiest voor een langere wettelijke termijn en 16% vindt dat er helemaal geen wettelijke termijn zou moeten zijn.
24% wil de termijn van 12 weken behouden, 5% een kortere termijn, 2% wil abortus helemaal niet meer toelaten en 15% weet het niet. Van wie een langere termijn wil, kiest de grootste groep voor 18 weken. Samen kiest 42% voor minstens 18 weken of geen termijn.

Mensen beoordelen concrete situaties niet enkel op het aantal weken. Bij situaties zoals zwangerschap na verkrachting op 18 weken (85%), financiële problemen op 15 weken (65%) of een alleenstaande zonder kinderwens op 17 weken (58%) vindt een meerderheid dat abortus na twaalf weken moet kunnen.

“Het gaat om een kleine groep mensen die pas later ontdekken dat ze zwanger zijn,” zegt Carine Vrancken, directeur van LUNA vzw. “Soms spelen daarbij ook kwetsbare omstandigheden mee, waardoor het moeilijker is om tijdig de nodige stappen te zetten.”

Ook wie de grens van twaalf weken wil behouden, wijst niet elke latere abortus af. De reden en de overige omstandigheden spelen mee in de beoordeling. “Wat iemand in de wet wil en wat iemand in een concreet geval mogelijk vindt, zijn twee verschillende vragen,” zegt Lies Maurissen, onderzoeker Indiville.

Genuanceerd beeld over de wachttijd
53% van de respondenten vindt dat de wet een wachttijd moet opleggen, 30% vindt van niet en 17% weet het niet. Dat betekent niet dat er een breed draagvlak is voor de huidige verplichte wachttijd van zes dagen. Van de mensen die een wettelijke wachttijd willen, kiest 35% voor de huidige zes dagen. 36% vindt dat de duur samen met de zorgverlener en de zwangere persoon moet worden bepaald, 12% kiest voor een langere en 10% voor een kortere wachttijd.

“In de praktijk zien we dat het denkproces van mensen niet begint bij de eerste afspraak in een abortuscentrum,” legt Carine Vrancken van LUNA vzw uit. “Veel mensen hebben al goed nagedacht voor ze bij ons aankloppen. Daarom pleiten wij voor een wachttijd op maat, in samenspraak tussen de vrouw en de hulpverlener. Wie meer tijd nodig heeft, moet die krijgen. Wie klaar is om een beslissing te nemen, mag niet onnodig moeten wachten.”

De abortuswet moet aansluiten bij de realiteit
“Deze resultaten tonen dat abortus in België niet alleen een onderwerp is waarover veel mensen een mening hebben, maar dat er ook een breed maatschappelijk draagvlak bestaat voor dit thema,” zegt Carine Vrancken. “De bevolking kijkt bovendien genuanceerder naar abortus dan het politieke debat soms doet vermoeden. Een wettelijke termijn en een verplichte wachttijd zijn dan ook geen abstracte cijfers: ze hebben rechtstreeks gevolgen voor mensen die op een bepaald moment met een ongeplande zwangerschap geconfronteerd worden.”

“In onze centra zien we elke dag dat abortushulpverlening geen zwart-witverhaal is. Er bestaat geen ‘soort’ vrouw of koppel dat een abortus heeft: we zien mensen van elke religie, elke politieke overtuiging en uit alle lagen van de bevolking. Elke situatie is anders. Daarom kan niemand beter dan de persoon zelf beoordelen welke keuze in die situatie het beste is. Abortus is geen kwestie van links of rechts, maar raakt aan iets heel fundamenteels: mensen willen weloverwogen beslissingen nemen over hun leven, ouderschap en hun toekomst. Wie overweegt een kind te krijgen, wil dat doen op een moment waarop die het kind de best mogelijke kansen kan bieden. Het is belangrijk dat de wetgeving aansluit bij de realiteit van mensen én bij de medische en wetenschappelijke inzichten. Dit onderzoek toont dat daar in de samenleving ruimte voor is.”